Sjef Manders viert zestigjarig jubileum

‘Het was soms net een café’

Op 10 augustus 1959 opende Sjef Manders een kapsalon aan de Schoolstraat in Bakel. Exact zestig jaar later viert hij zijn diamanten jubileum als zelfstandig herenkapper, met de schaar nog scherp in zijn hand.

“Ik heb heel Bakel in mijn stoel gehad”, zegt Sjef Manders niet zonder trots. “Van sommige families zelfs vier generaties. En ik heb nog klanten vanaf het begin. Die knipte ik al toen ze baby waren.”

Sjef Manders, alias Sjef de Kapper, is een begrip in Bakel. Op 10 augustus 1959 opende de toen 22-jarige Manders zijn eigen kapsalon aan de Schoolstraat in Bakel. En op precies dezelfde plek hanteert hij zestig jaar later nog steeds de schaar.

Manders startte zijn kapperscarrière al op dertienjarige leeftijd. “Bij Tjeuke Vermulst”, blikt hij terug. “Dat was toen de kapper in Bakel. Maar dat heb ik niet lang gedaan. In de fabriek kon ik meer geld verdienen.”

Toch bleef het kappersvak hem trekken: “Ik wilde dat gewoon.” Nadat hij een half jaartje bij een kapper in Zeilberg had gewerkt kwam Manders terecht bij een salon in de Heistraat in Helmond, destijds dé straat van die stad. Manders ontwikkelde er zijn talent. Verschillende oorkondes uit die tijd getuigen van zijn gevoel voor het vak. Zo werd hij in 1956 zevende van Nederland tijdens wedstrijden voor kappersbedienden. Een jaar later behaalde hij zelfs een derde plaats.

Het effende allicht de weg naar de eigen kapperszaak die Manders in zijn geboortedorp Bakel opende. Voor 6,50 gulden per week kon hij de spreekkamer van de voormalige huisartsenpraktijk van Dokter Veeger huren. Zestig jaar en verschillende verbouwingen verder werkt en woont Manders nog steeds op dezelfde plek.

Hij heeft altijd genoten van zijn vak, vertelt hij. Vooral door het contact met zijn klanten: “Het was meer dan een kapsalon. Mensen kwamen hier om te buurten, om de laatste nieuwtjes te horen. Volgens mij hadden ze daar vroeger ook veel meer tijd voor.” Manders noemt met name de vrijdagavond: “Dan werd er regelmatig een kratje bier gehaald en bleven ze zitten om te toepen. Als ik om negen uur sloot moest ik ze de deur uitzetten. Het was soms net een café.”

Druk had hij het in zijn hoogtijdagen ook. Manders herinnert zich dat hij woensdagmiddagen had waarop hij wel 25 kinderen aan een nieuwe coupe hielp. Al moet je je bij nieuwe coupe in die tijd niet teveel voorstellen, voegt hij direct toe: “Toen ik begon waren er twee of drie modellen. Dat is in de loop der jaren gelukkig beter geworden.”

Wat dat betreft is hij wel eens jaloers op de huidige generatie kappers, die veel meer vrijheid heeft in de te knippen modellen. Al laat ook de 82-jarige Manders zich niet onbetuigd, zegt hij: “Pas was er een jongen hier die een foto bij zich had. ‘Lukt dit, Sjef?’, vroeg hij. De volgende dag stond zijn vriend op de stoep. Die wilde hetzelfde model. Dat vind ik mooi. De techniek verleer je niet.” Voorlopig denkt Sjef Manders dan ook niet aan stoppen: “Ik heb nog steeds graag contact met mijn klanten. Ik hoef er niet meer van te leven. Het is hobby ‘vôrt’. Maar wel een goeie hobby.”

Sjef Manders viert het zestigjarige jubileum van zijn kapsalon met een receptie bij Grand Café – Zaal ’t Viltje aan de Dorpsstraat 22 in Bakel. Familie, vrienden en klanten zijn op 10 augustus welkom tussen 15.30 en 18.00 uur.

Bron: www.gemertsnieuwsblad.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *